Veilig zijn voor overstromingen en het verminderen van overlast door te veel water. Om dat te bereiken, houden we de kans op overstromingen uit de grote rivieren klein en beschermen we inwoners en bedrijven tegen wateroverlast vanuit beken en kanalen. Hieronder leest u meer over beide situaties.
Noord-Brabant kent circa 340 kilometer dijken, dammen en kunstwerken. Die noemen we primaire waterkeringen. Ze beschermen de provincie tegen hoogwater vanuit de grote rivieren. Deze waterkeringen moeten voldoen aan de normering primaire waterkeringen uit 2017. Daarmee is de kans dat een inwoner van Nederland overlijdt als gevolg van een overstroming kleiner dan eens in de 100.000 jaar. Om deze norm te halen, moeten de keringen voldoen aan de maximale kans op overstromen of doorbreken in de figuur rechts (tabblad ‘ondergrens’). In 2022 hebben de beheerders voor alle primaire waterkeringen beoordeeld of de norm gehaald wordt en of maatregelen nodig zijn.
Klik hier voor aanvullende informatie over normen en maatregelen.
Regionale waterkeringen liggen langs rivieren als de Mark, de Aa, de Dommel en kanalen zoals de Zuid-Willemsvaart. Er zijn voor de regionale keringen provinciale normen vastgesteld. De normering en de aanwijzing van de regionale keringen is vastgelegd in de (interim) Omgevingsverordening.
In 2012/2013 zijn de regionale waterkeringen van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel voor het eerst getoetst en eind 2013 gerapporteerd aan GS. Op basis van deze toetsing zijn dijkverbeteringsplannen opgesteld waarvan een deel al is gerealiseerd. In 2017 startte de tweede toetsronde die aanvullend is op de eerste ronde. De tweede ronde toetsing heeft betrekking op alle regionale waterkeringen met uitzondering van compartimenteringskeringen en de keringen die in de verbetertrajecten zitten. Eind 2019 zijn de resultaten van deze tweede toetsronde gerapporteerd aan GS.
De resultaten zijn opgenomen in de scope van de dijkverbeteringsopgave voor alle Brabantse waterschappen. Dit impliceert voor Brabantse Delta uiteindelijk in een verbetering van nog circa 53 km tot 2025, het jaar waarin alle regionale keringen in hun beheergebied op orde zullen zijn. Voor waterschap De Dommel geldt dat in 2020 circa 5,5 km kering is verbeterd zodat alles voldoet aan de norm. Voor waterschap Aa en Maas geldt dat alle regionale keringen op orde zijn behoudens een traject van 2,3 km waar geen verbeteropgave geldt maar een beheeropgave.
Op de kaart zijn de aangewezen regionale keringen met bijbehorende normering weergegeven.
Paragraaf 4.1.2 van de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant geeft voor elk grondgebruik aan wanneer wateroverlast maatschappelijk acceptabel is. Dit verschilt per type gebruik. Een aantal beekdalen kent geen normering voor wateroverlast.
In de grafiek hiernaast is de gevoeligheid voor wateroverlast weergegeven. De grafiek laat zien dat in 2021 in totaal ruim circa 3700 hectare (0,76 % van de provincie) niet voldoet aan de normering voor wateroverlast. De getallen gaan om gebieden waar vaker wateroverlast kan optreden dan de norm toestaat. Het hoeft niet echt ook te gebeuren.
Klik hier voor meer informatie over het bepalen van de regionale wateropgave.
Bijna heel Brabant voldoet aan de normering voor wateroverlast. Bij extreme neerslagsituaties – zoals in juni 2016 – treedt wel wateroverlast op. Zie de figuur hiernaast voor een momentopname van een specifieke bui in die periode. Bij dergelijke neerslaghoeveelheden is het onvermijdelijk dat beken en kanalen overstromen.
Waterschappen en gemeenten zorgen samen voor de aanpak van wateroverlast in bebouwd gebied. Klimaatstresstesten maken duidelijk waar de knelpunten voor wateroverlast zijn. Op de kaart hieronder staat een uitsnede van de wateropgave in Heeze.
Voor meer informatie over het omgaan van weersextremen en het klimaatbestending inrichten van het landschap in Brabant, zie het Klimaatadaptatieportaal.
De nieuwe overstromingsnormen bestaan uit 2 waarden:
De normen zijn ‘overstromingskansen’. Dat betekent dat de totale kans van mechanismen waardoor een overstroming kan ontstaan, in de norm is verwerkt. Bijvoorbeeld water over de dijk door hoge waterstanden, maar ook instabiliteit van een dijk door grondwaterstroming (‘piping’) of het bezwijken van een damwand.
Voor een aantal primaire waterkeringen in Brabant is al duidelijk dat maatregelen nodig zijn. Die maatregelen staan in het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Waterschap Brabantse Delta heeft verbeterplannen gemaakt voor afgekeurde dijkvakken langs de Donge en Amertak. Voor de Maas tussen Ravenstein en Lith en bij Oeffelt bereiden waterschap Aa en Maas en partners een dijkverbetering en rivierverruiming voor.
Klik hier om verder te gaan met regionale waterkeringen.
We bepalen in 2024 de regionale wateropgave opnieuw. Dat gebeurt op basis van de dan actuele inzichten over klimaat en werking van het watersysteem.
Klik hier om verder te gaan met ervaren wateroverlast.