Brabant Inzicht Logo
/ Water / Schoon en natuurlijk water

Schoon en natuurlijk water

Nutriëntenbelasting van oppervlaktewater

Schoon en natuurlijk water

In oppervlaktewateren komen van nature nutriënten voor, zoals stikstof en fosfor. Door menselijke activiteiten – bijvoorbeeld landbouw, riool overstorten, toestromend buitenlandwater en uit- en afspoeling van meststoffen – kunnen deze gehaltes toenemen. Een te hoge concentratie aan nutriënten kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen, zoals algenbloei en verminderde ecologische gezondheid. Voor verschillende nutriënten bestaan wettelijke normen die de maximale concentraties in het water aangeven.

Hoe lossen we het nutriëntenprobleem in Noord-Brabant op?

Schoon en natuurlijk water

De waterkwaliteit in de Provincie Noord-Brabant is sinds de jaren ’80 sterk verbeterd, maar voldoet in veel oppervlaktewateren nog niet aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor het bereiken van de ecologische doelen en het verbeteren van de chemische waterkwaliteit is in veel gebieden een verlaging van de nutriëntenbelasting nodig. Een gebiedsgerichte aanpak vereist inzicht in de normoverschrijdingen en de herkomst van de nutriënten.

Voor de deelstroomgebieden in de Maasregio zijn daarom in het WUR-rapport (2024) “KRW-doelbereik en resterende opgave 2027 voor de nutriënten in de Maasregio” de volgende aspecten in kaart gebracht:

  1. Doelen: welke KRW‑doelstellingen gelden voor stikstof (N) en fosfor (P) in de oppervlaktewaterlichamen van Noord‑Brabant?
  2. Doelgaten: hoe ver zitten de concentraties N en P – op basis van zomerhalfjaargemiddelden uit de periode 2015-2017 – boven de norm?
  3. Restopgave: welke opgave resteert in 2027, uitgaande van bestaand beleid, en hoe ver moeten verschillende sectoren de nutriëntenemissies terugbrengen om aan de norm te voldoen?

Doel

De KRW-doelen voor N en P concentraties zijn afhankelijk van het watertype en verschillen per deelstroomgebied. Ze zijn gebaseerd op het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand in 2027. Voor N ligt de norm meestal rond de 2,3 mg/L (range 1,3 – 3,8 mg/L). Voor P ligt de norm meestal op 0,11 mg/L (range 0,07 – 0,75 mg/L). De doelen zijn op de kaart rechts zichtbaar. Om zowel de N‑kaart als de P‑kaart te bekijken, klik op het laagjes‑icoon links naast de legenda en schakel de gewenste laag aan of uit.

Doelgat

Het doelgat geeft de mate van overschrijding aan: het laat zien  in hoeverre de gemeten concentraties hoger zijn dan de normen voor N en P. De normen gelden voor de zomergemiddelde concentraties (april t/m september). De concentraties N en P in oppervlaktewater zijn maandelijks door de waterschappen gemeten. Voor de hier gepresenteerde doelgaten zijn gegevens voor 2015 t/m 2017 gebruikt.

De kaarten rechts tonen de mate van overschrijding van N- en P‑normen en de bronverdeling daarvan. In de transparant gekleurde gebieden is geen overschrijding van de KRW-doelen.

Om zowel de N‑kaart als de P‑kaart te bekijken, klik op het laagjes‑icoon links naast de legenda en schakel de gewenste laag aan of uit. Door op een stroomgebied te klikken verschijnt een taartdiagram met de procentuele verdeling van de bronnen (en daarnaast over hoe veel belasting in ton N of P het gaat).

De bronnen van nutriënten per deelstroomgebied zijn ingeschat met de door WUR-WEnR ontwikkelde methode ECHO. De KRW opgave komt vanuit meerdere bronnen, deze zijn in het onderzoek van de WUR toegekend aan sectoren.

De belangrijkste sectoren zijn landbouw (bemesting, historisch en actueel, en erfafspoeling), het waterschap (vooral RWZI‑effluent), de gemeente (regenwaterriolen en riooloverstorten) en het buitenland (instromend water).
Bij de bronverdeling is ook rekening gehouden met de aanvoer van nutriënten uit bovenstroomse gebieden.  In de kaarten is te zien dat per deelstroomgebied de landbouw de grootste bron is van zowel N als P, gevolgd door de bijdrage uit het buitenland.

Reductieopgave

Uitgaande van het huidige beleid (baseline‑scenario 1) laat het nutriëntenbalansmodel zien dat de belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfor weliswaar afneemt, maar dat er in 2027 nog steeds een restopgave overblijft.

Deze restopgave ontstaat doordat de totale KRW‑opgave wordt verminderd met het effect van de maatregelen die al zijn meegenomen in het baseline‑scenario. Dit scenario gaat uit van:

  • het bestaande mest- en stikstofbeleid,
  • de geplande verbeteringen van RWZI’s,
  • én de aanname dat toestromend water uit het buitenland op de grens voldoet aan de KRW‑doelen van het ontvangende Nederlandse waterlichaam.

In de kaart rechts wordt de restopgave per deelstroomgebied inzichtelijk gemaakt. Door op een gebied te klikken verschijnt de restopgave (in mg/L), zowel het totaal als de verdeling over de sectoren landbouw, waterschap en buitenland, naar rato van hun bijdrage aan de belasting. Let op: de som van de sectorale restopgaven kan afwijken van de totale restopgave, omdat enkele kleinere, minder invloedrijke sectoren niet in de uitsplitsing zijn meegenomen.

Uit de kaarten wordt duidelijk dat de emissiereducties die voortkomen uit het huidige beleid ervoor zorgen dat de KRW‑opgave in grote delen van de Maasregio aanzienlijk afneemt. In diverse deelstroomgebieden wordt de opgave zelfs geheel weggenomen, of daalt de nutriëntenbelasting verder dan strikt noodzakelijk.

Toch blijven er nog veel deelstroomgebieden over waar een substantiële KRW‑opgave resteert, vooral voor stikstof. Dit laat zien dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de nutriëntenbelasting verder terug te dringen.

Meer informatie

Schoon en natuurlijk water

Meer informatie

Een uitgebreide beschrijving van de bronnenanalyse is opgenomen in Schipper et al., 2024